Waarom we roddelen

“Great minds discuss ideas, mediocre minds discuss events, small minds discuss people” zei Eleanor Roosevelt ooit. Misschien ben ik er gevoelig voor, maar het valt mij op dat gesprekken die ik zo hier en daar opvang vaak over mensen gaan. Niet dat ik expres meeluister, maar als ik me binnen gehoorafstand bevind dan kán ik soms niet anders. Ook al erger me aan het onsympathieke geklets, bijna tot het punt dat ik er iets van wil zeggen, ik ben ook geïnteresseerd in hoe het verhaal afloopt.

We praten graag oordelend over de mensen die er niet bij zijn. De ouders die niet meehelpen op school, de collega die promotie krijgt, de vrienden met de dure levensstijl. We willen weten of anderen er dezelfde waarden op nahouden (“Het zijn altijd dezelfde mensen die helpen. Iedereen werkt, maar sommige ouders vinden hun werk blijkbaar belangrijker dan hun kinderen!”), doen het om een vermoeden toetsen (“Ik denk dat hij dit soort grote projecten niet aankan. Hij is al vaker voortijdig van projecten afgehaald.”), of willen onze mening bevestigd hebben (“Hij was vroeger heel gewoon, maar zij heeft ervoor gezorgd dat ze boven hun stand leven.”).

Soms is het lekker om van te voren te worden gewaarschuwd. Als je hoort dat je moet oppassen voor Peter, omdat die er een handje van heeft mensen voor zijn karretje te spannen, dan let je erop dat jou dat niet gebeurt. Maar zo’n waarschuwing maakt ook dat je Peter niet meer open en onbevangen benadert. Bovendien kun je de persoon die jou over Peter heeft verteld óók niet meer neutraal zien. Het fenomeen ‘trait transference’ speelt hier een rol: je gaat de negatieve eigenschappen van Peter onbewust associëren met degene die je daarover verteld heeft. Ergens in je achterhoofd begin je die persoon nu ook te verdenken van een neiging tot manipulatief gedrag. Toen ik een vriendin vertelde over een afspraak met een gemeenschappelijke bekende, maakte ze een terloopse opmerking in de trant van “Oh echt? Dat is zo’n raar mens!”. Gevolg was dat ik al een oordeel had over een persoon die ik nog moest ontmoeten. Ik had bovendien een vervelend gevoel over de opmerking van mijn vriendin. Dat gevoel werd versterkt toen die bekende helemaal geen ‘raar mens’ bleek te zijn.

Wat je zegt ben je zelf

Hoewel roddel schadelijk kan zijn voor zowel het onderwerp van roddel als de roddelaar, kan je er als roddelaar veel van leren. Datgene wat je bekritiseert in een ander, is immers vaak een projectie van je eigen ‘donkere kant’. Door je bewust te worden waarover je roddelt, of waaraan je je ergert, kun je veel leren over jezelf. Het is immers makkelijker om de tekortkomingen van een ander te zien dan die van jezelf. Er zit dan ook veel waarheid in de uitspraak ‘wat je zegt ben je zelf’: zodra je luistert naar wat je zegt over een ander, leer je jezelf beter kennen.
Wanneer ik bijvoorbeeld roddel over ouders die niks doen op school, projecteer ik mijn eigen tegenzin op die ouders. Ik moet me realiseren dat ik die ouders niet verantwoordelijk kan houden voor mijn gevoel: als ik het niet vervelend zou vinden om tijd vrij te maken voor schoolprojecten, dan zou ik me ook niet druk maken over minder betrokken ouders. Ik ben zélf verantwoordelijk en zal zelf grenzen moeten stellen.

Praten over anderen: we doen het allemaal van tijd tot tijd, laten we het geroddel dan maar gebruiken om meer over onszelf te ontdekken.

Site Footer

Sliding Sidebar

Social Profiles

Contact

E-mail
melanie@melanielemmen.com