Sportdag

Ik was gisteren hulpouder bij de sportdag van onze kinderen. Met een groepje zeven- en achtjarigen werden tien activiteiten, zoals touwtrekken, pylonenroof en krattenrace afgewerkt. Deels teamwerk, deels individueel, deels bekend van de gymles en deels nieuw. Wat mij dit jaar opviel was het verschil tussen de kinderen uit groep 3 en groep 4. Qua leeftijd zit er minder dan een jaar tussen, maar het verschil in groep lijkt een soort barrière. Ik vroeg me op basis van mijn zeer beperkte waarneming af wat nou het verschil maakt. Was het de samenstelling van mijn groepje, of is het verschil echt groot?

Bij jonge kinderen maakt een leeftijdsverschil van een jaar qua fysieke en motorische capaciteiten veel uit. Dat zie je goed terug in sporten met een ‘afkapdatum’. Bij atletiek zitten kinderen van hetzelfde geboortejaar bij elkaar in de groep. Zo bestaat de groep C-pupillen uit alle kinderen van 2009. Dat betekent dat het maximale verschil tussen de oudste en de jongste C-pupil een jaar is. Het is voor de ontwikkeling van beide niet goed als de oudste altijd vooraan loopt en de jongste achteraan. Binnen de atletiek wordt daarom vooral gelet op het verbeteren van de eigen prestaties.

Kijk je naar de leeftijdsverschillen op school, dan is het verschil tussen de jongste en de oudste leerling binnen een groep maximaal een jaar. Ook daar moet de jongste soms extra hard werken om het verschil met de oudste te overbruggen. Maar tussen de groepen 3 en 4 is het leeftijdsverschil tussen de oudste in groep 3 en de jongste in groep 4 soms maar een paar weken. Leerlingen uit groep 4 zijn cognitief echter verder, omdat ze meer leerstof hebben gehad. Gisteren zag ik dat ze zich daar in het spel ook naar gedragen; ze participeren meer en nemen sneller de leiding. Bij de jongere kinderen ontstond sneller frustratie (‘ik vind het stom!’) of berusting (‘daar ben ik niet goed in’).

Niets ten nadele van de school en de organisatie, het was leuk en gezellig. Toch vroeg ik me af of voor zeven- en achtjarigen een andere invulling ook kan werken. In plaats van een ‘uit de hand gelopen gymles’, een ‘XL speelafspraak’. Ik ben er groot voorstander van kinderen meer eigenaar te laten zijn van het proces. Geen instructies waarvan de opvolging door de begeleidende ouders wordt bewaakt, maar de kinderen zelf het spel laten bedenken met de aangeboden materialen. Een spel met een bal en twee lijnen hoeft echt niet altijd trefbal te zijn, met touw kun je ook andere dingen doen dat touwtrekken. Met een paar attributen bedenken kinderen de leukste spelletjes. Dat zie je al wanneer kinderen bij een spelonderdeel iets heel anders doen ‘dan de bedoeling is’. Dan kun je als ouder instructies roepen, of je kunt achterover zitten en kijken wat er gebeurt. Ik ben voor dat laatste; instructies krijgen ze al genoeg.

Site Footer

Sliding Sidebar

Social Profiles

Contact

E-mail
melanie@melanielemmen.com