Marathon: the day after

Op 19 april schreef ik me, voor de uitdaging en bij wijze van experiment, in voor de Marathon van Amsterdam. Ik wilde weten of ik 42,2 kilometer achter elkaar zou kunnen rennen, of dat zou lukken met het ‘14 kilometerschema’ maar vooral wat zich tijdens het lopen allemaal in mijn hoofd zou afspelen. Op dat moment leek het een goed idee, maar de aanloop naar 15 oktober was niet zonder ups en downs.

Of ik 42,2 kilometer achter elkaar kan rennen? Ja dat kan ik, in 4:30.22. Gedurende de race werden mijn benen wel steeds zwaarder, maar pas na de finish waren ze ineens loodzwaar. Ik moest moeite doen om me richting medaillepost te bewegen en zo om mee heen kijkend was ik niet de enige. Het lopen van een marathon is een aanslag op je lichaam: alles doet pijn en het duurt weken om er goed van te herstellen.

Of het 14 kilometerschema werkt? Ja dus. Ik had er zelf, ook door de goede resultaten van andere lopers, wel vertrouwen in. Mensen in mijn omgeving hadden dat minder: hoe kun je nou 42,2 kilometer lopen, wanneer je langste duurloop 14 kilometer is? Ik heb er onderweg geen hinder van ondervonden en ben de man met de hamer nergens tegengekomen. Voor mij was het doel om de marathon uit te lopen, maar ik denk dat ik voor een snellere eindtijd een iets gerichter schema zou kiezen met toch een paar middellange duurlopen.

Wat speelde zich af in mijn hoofd? Minder dan ik had gedacht. Alle mentale trucs die ik zou gaan toepassen bleken niet nodig. Onderweg maakte ik me af en toe zorgen om mijn hoge hartslag en incidentele spierkrampen, maar verder liep ik me alleen maar te verbazen dat ik nog steeds aan het lopen was. De warmte hielp niet mee, maar door bij elke verversingspost een beker water over mijn hoofd te kieperen raakte ik niet oververhit. Pas de laatste kilometers, toen het doel in zich kwam en steeds meer mensen om me heen aan het wandelen waren, had ik wat ondermijnende gedachten. Ik vond die paar kilometer bijna niet te overzien. Dat hele Vondelpark! Ik bedacht dat even wandelen wel lekker zou zijn en dat 39 kilometer ook een heel mooie afstand is. Maar opeens kwam het Olympisch Stadion weer in zicht en het bord met ‘nog 500 meter’. Ik bleek nog iets van een eindsprint in mijn benen te hebben en kwam  lachend over de streep: mission accomplished.

Concluderend: een goede voorbereiding is het halve werk. Als je alles gedaan hebt wat je moet doen, dan kun je als het moment daar is drie keer zoveel als je denkt. Met een paar fans langs de kant krijg je vleugels en een Facebook tijdlijn vol felicitaties verzacht de spierpijn. Op naar de volgende?

Site Footer

Sliding Sidebar